ChristenUnie blij met extra geld dat beschikbaar komt voor opruimen drugsafval

drugsafval.jpgdinsdag 11 december 2018

De Drentse Statenfractie van de ChristenUnie is blij dat er geld beschikbaar is gesteld door de provincie voor het opruimen van gedumpt chemisch drugsafval.

Het aantal dumpingen in Drenthe neemt toe en het is belangrijk om te voorkomen dat grondeigenaren die drugafval vinden, dit afval lozen via bijvoorbeeld het riool of afwateringssloten. Het gaat vaak om zeer gevaarlijke stoffen die de gezondheid schaden en het leefmilieu in gevaar kunnen brengen. Grondeigenaren zijn na zo’n dumping verplicht dit afval op te ruimen, maar dit gaat gepaard met hoge kosten.

De ChristenUnie is ook verheugd dat er aandacht is voor handhaving:

Bernadette van den Berg, fractievoorzitter: “We moeten in Drenthe de deur dichthouden voor dit soort drugscriminaliteit. Dat begint bij goed toezicht in het buitengebied. Als er toch chemisch drugsafval gedumpt wordt, dan moeten grondeigenaren niet de dupe zijn.” 

De ChristenUnie zal monitoren of het beschikbare bedrag voldoende is en streeft uiteindelijk naar een landelijke regeling.

Achtergrond

Al bij de Voorjaarnota 2017 vroeg de ChristenUnie aandacht voor ondermijnende criminaliteit in Drenthe. En in het najaar van 2017 is de motie Keurmerk veilig buitengebied aangenomen. Van den Berg: “Preventie is immers heel belangrijk. Dat voorkomt alleen niet dat er nooit drugsafval gedumpt wordt. Daar hebben we de afgelopen jaren aandacht voor gevraagd. We zijn blij dat er nu subsidie beschikbaar is gesteld”.  

De afgelopen jaren heeft de ChristenUnie meermalen aandacht gevraagd voor drugsafvaldumpingen. In 2017 werd naar aanleiding van vragen van de ChristenUnie een regeling in het leven geroepen. Deze gold alleen slechts met terugwerkende kracht voor 2015 en 2016. Begin 2018 bleek er na vragen van de ChristenUnie geen regeling te zijn voor 2017 en 2018, terwijl het aantal dumpingen toenam. Op initiatief van de ChristenUnie is er vervolgens in Provinciale Staten gesproken over de wenselijkheid van een regeling. Alle Statenfracties vonden dat er een regeling moest komen. Voor 2018 werd daarom gehandeld in de geest van de oude regeling, maar voor 2019 was er nog niets geregeld. Dat is met deze regeling wel het geval.

« Terug